Get Adobe Flash player

Planten – zomerbloeiers.

Voor de zomerbloeiers kunnen we stellen dat die beginnen vanaf juni tot november.

We hebben één jarige bloeiers, ( v.b. klaprozen) er zijn twéé jarige bloeiers, (v.b. slangenkruid) en er zijn dan meerjarige bloeiers,

(v.b. koninginnenkruid).

Wist je dat ze in de bioboerderij, Den Diepenboomgaard in Grimbergen niet alleen lekkere bio groentjes kweken,

maar dat daar ook heel wat wilde plantjes groeien en bloeien en dat daar zelfs verschillende eetbare bij zijn.

De zomerbloeiers die we nu gaan overlopen, hebben we allemaal ontdekt binnen de bio boerderij, gelegen in de maalbeekvallei te Grimbergen.

Den Diepenboomgaard Grimbergen

In Den Diepenboomgaard wordt de weide rond de poel op een ecologische manier beheerd,

dit wil zeggen dat er maar 2x per jaar gemaaid word eind juni en eind september en belangrijk al het maaisel wordt afgevoerd.

JNM Jeugd bond voor Natuur en Milieu steekt een handje toe.

We doen dus aan verschraling.

Geen bemesting, zodat alle soorten van planten een kans maken.

Meer dan 180 soorten hebben we al op naam gebracht.

Beheerswerken.

Adderwortel – Polygonum bistorta.

Adderwortel.

Meerjarige plant die tot de duizendknoopfamilie behoort.

De naam is afgeleid van de slangachtige wortel en het tweede deel van de naam bistorta wijst ook in die richting, tweemaal gedraaid.

Groote 50 tot 100cm lang opstaande stengel. Bloeit van mei tot augustus.

Bloem adderwortel

Wortelbladeren zijn langwerpig gesteeld. De zittende stengelbladeren zijn hartvormig aan de basis. De bloemen zijn talrijk, in cilindervormige, 5cm lange roosachtige witte schijnaren.

De plant vindt men vaak langs beken en greppels, in vochtige natte velden en onder struiken. Staat op zonnige tot licht beschaduwde plekken.

Dit is een indicator soort voor kwelwater zones. Hij verdraagt geen bekalking, ontwatering en beweiding. Vermeerdert zich vooral vegetatief.

Verwilderde adderwortel.

De plant wordt ook gekweekt als tuin en stinzenplant (zie voorjaarsbloeiers) en verwildert ook vaak.

Akkervergeet-mij-nietje – Myosotis arvensis.

Vergeet-mij-nietje.

Eenjarige plant die tot de ruwbladigenfamilie behoort.

Van al de inheemse vergeet-mij-nietjes is dit één van de algemeenste.

Groote 10 tot 30cm. Bloeit van maart tot september.

Grijsgroene plant met stijf afstaande borstelharen. De blauwe bloempjes zijn eetbaar, neutraal van smaak.

De plant vindt men algemeen in akkers, dijken en wegranden, op voedselrijke, maar vaak kalkarme bodem. Komt voor op droge grond overal in het agrarisch landschap.

De bloemen worden bezocht door vliegen.

Boekweit – Fagopyrum esculentum.

Eenjarige plant die tot de duizendknoopfamilie behoort. Vroeger werd boekweit op vrij grote schaal verbouwd, nu nog nauwelijks.

Groote, een holle, rechtopstaande, vertakkende rode stengel tot 60cm hoog en draagt driehoekige tot hartvormige bladeren. Hij staat stevig verankerd met een sterk vertakte pen wortel. De wit tot roze bloemen staan in lang gesteelde pluimen gegroepeerd.

Bloeit van juli tot september.

De plant vindt men op zanderige gronden.

Dit is een gewas voor consumptie, van de tot meel vermaalde zaden maakt men alle soorten koeken (pannekoeken) en broden. De eetbare zaden lijken op kleine beukennootjes en zijn rijk aan meel en eiwitten. De plant levert aromatische honing die zeer donker gekleurd en geliefd is.

De bloemen bevatten veel nectar en trekken veel bestuivers aan, vooral honingbijen.

De geoogste zaadjes zijn voedsel voor veel vogels in de winter.

Boekweit wordt ook aangeplant als groenbemester.

Bernagie – Borago officinalis.

Bernagie

Eenjarige plant die tot de ruwbladigenfamilie behoort.

Hoogte: 30 tot 60 cm forse plant  met ovale bladeren die bedekt zijn met stugge haren.  Heeft helderblauwe bloemen in stervorm.

Bloeit van mei tot september.

Bernagie houdt van een zonnige, warme standplaats op een zandige bodem.  In de tuin zaait hij gemakkelijk uit en verlangt hij wel wat voeding en vocht.

Het is een keukenkruid dat naar komkommer geurt  en waarvan de jonge blaadjes van de bloeiende plant geoogst kunnen worden.  Hij is ook wel gekend onder de naam van komkommerkruid.  De blaadjes worden in salades en kruidensauzen verwerkt en worden ook ingelegd in azijn als komkommers.  De versuikerde bloemen werden vroeger gebruikt in doopsuiker.  De plant kan vaak geoogst worden tot in de herfst.

De plant wordt door honingbijen bestoven en indien insectenbezoek uit blijft, kan er spontane zelfbetuiving plaats vinden.

Wordt tegenwoordig ook vaak als bijen- en sierplant ingezaaid.

Beemdkroon – Knautia arvensis.

Beemdkroon.

Meerjarige plant die tot de kamperfoeliefamilie behoort.

Hoogte: 30 tot 100cm hoog met opstaande licht vertakte ruw behaarde stengels. De bladeren zijn veerdelig en grijs groen.  De bloemen hebben langgesteelde, halfronde grote hoofdjes die licht paars tot blauw paars kleuren.  De kelk heeft korte witte haren wat men goed kan zien als de plant nog niet in bloei staat en hij heeft ook brede omwindselblaadjes.

Bloeitijd loopt van mei tot september.

De plant voelt zich thuis op droge weiden, hellingen en velden op een voedselarme tot matig voedselrijke, kalkhoudende bodem langs wegen, kanalen en rivieren.

In België is het een vrij algemene soort maar hij gaat duidelijk achteruit.  In de Maasvallei, Dijlevallei en in Haspengouw is hij talrijk maar elders is beemdkroon een zeldzame verschijning geworden.

Is een waardplant voor de parelmoervlinder en indicator voor soortenrijke glanshaver-graslanden.  Belangrijk voor de beemdkroon is de afvoer van het maaisel.  Is een vrij forse soort die ook in vegetaties met hoger gras kan standhouden maar voor de verjonging van de populatie zijn wel open plekken in de vegetatie nodig.

De bloemen bevatten veel nectar waar zowel dagvlinders als honingbijen en hommels op af komen.  Er is zelfs een solitaire bij, de knautia bij die speciaal afhankelijk is van deze plant.  Ook deze staat inmiddels op de rode lijst van bedreigde bijen.  Ook de knautia wespbij wordt op deze plant gezien.  Deze wespbij parasiteert op de knautia bij.

Bosandoorn – Stachys sylvatica.

Bosandoorn.

Meerjarige plant die tot de lipbloemenfamilie behoort.

Hoogte: 30 tot 100cm hoog met lang gesteeld blad dat wat lijkt op witte dovenetel en ook behaard is.  De bladeren hebben een champignon-achtige geur.  Deze kan je in soepen en hartige gerechten verwerken.  De bloemen  zijn aarvormig met vuil roze lipbloemen.

De plant bloeit  van juni tot september.

Men vindt de plant vrij algemeen in vochtige loofbossen, onder heggen en in vochtige ruigten op voedselrijke, liefst kalkhoudende zand- of kleibodem.

De plant produceert rijkelijk nectar en wordt daarom aangevlogen door bijen, hommels, dagvlinders en zweefvliegen.

Boerenwormkruid – Tanacetum vulgare.

Boerenwormkruid.

Meerjarige plant die tot de composietenfamilie behoort.

Hoogte: 60 tot 120cm hoog met bladeren die diep gedeeld zijn en een typische bittere aromatische geur verspreiden bij kneuzing. De kleine goudgele bloemhoofdjes staan in dicht afgeplatte schermen.

De plant bloeit van juli tot september.

Je treft hem vaak in wegbermen, langs waterkanten, in ruigten en op braakliggende terreinen.

De plant bevat thujon en werd vroeger gebruikt als wormafdrijvend middel.
In bepaalde regio’s in ons land wordt het blad verwerkt in pannenkoekendeeg.

Op boerenwormkruid komen de spanrupsen en de rupsen van de uiltjes voor en ook interessant voor microvlinders ( zijn piepkleine nachtvlindertjes)

Is ook een waardplant voor de boerenwormkruidblindwants.

Gewone berenklauw – Heracleum spondylium.

Gewone berenklauw.

Meerjarige plant uit de schermbloemenfamilie.  Van de witte schermbloemigen is dit de meest algemene soort.

Hoogte: 50 tot 150cm lange holle stengel met geveerd blad dat behaard is.  Schermen  zijn tot 20cm breed met witte tot roze bloemen.

Bloeitijd is van juni tot oktober.

Komt voornamelijk voor in stikstofrijke, vochtige grond zowel in volle zon als in de halfschaduw.  Hij komt zeer verspreid voor in velden, weilanden en wegkanten.

Het sap van de plant kan huidirritatie en pijnlijke blaren veroorzaken als de huid aan de zon blootgesteld  wordt.  Vroeger werden de bladeren aan de konijnen als voer gegeven.

Berenklauw wordt bestoven door vliegen en kevers en stuifmeel en nectar zijn gemakkelijk bereikbaar voor insecten met een korte zuigsnuit oa zwenkvliegjes en rode kevers (soldaatjes) en groene vleesvliegen.

 Gewone brunel – Prunella vulgaris.

Gewone brunel.

Meerjarige plant die tot de lipbloemenfamilie behoort.  Is ook wel gekend onder de naam van bijenkorfje.

Hoogte: 10 tot 25cm hoog meestal kleine plant die als bodembedekker gebruikt kan worden.  Heeft een vertakte stengel en bovengrondse uitlopers.  Het gesteelde blad is langwerpig ovaal en gaafrandig.  De bloemen staan in hoofdjes, aren of korfjes.

Bloeitijd van juni tot oktober een typische zomerbloeier.

Hij staat liefst in de volle zon tot de halfschaduw op een kalkhoudende tot neutrale bodem, in weiden, velden, bermen en lichte bossen.

De plant is tolerant voor zeewind en luchtvervuiling.  Hij werd vroeger ook medicinaal gebruikt.  De jonge blaadjes zijn eetbaar en smaken lekker in kruidensoep.

De mooie lipbloemen worden hoofdzakelijk bezocht door hommels maar lokken even goed vlinders en bijen..

Kleine brandnetel – Urticaria urens.

Kleine brandnetel

Eenjarige en eenhuizige plant die tot de brandnetelfamilie behoort.

Hoogte: wordt max. 50 cm hoog en heeft een penwortel.  De bladeren zijn stomp-eirond.  De stengels en de wortels hebben sterke vezels die gebruikt worden voor het vervaardigen van neteldoek en touw. De helgroene bladeren en vertakte stengels hebben brandharen die venijniger zijn dan die van de grote brandnetel.

Bloeit van mei tot oktober en de mannelijke en vrouwelijke bloemen staan op dezelfde plant (eenhuizig)

Het is een kosmopoliet, hij voelt zich overal ter wereld thuis.  Daarbij verkiest hij vochtige tot droge zeer voedselrijke bodem.  Hij groeit in de randen van de akkers, bij mesthopen, in moestuinen en op open voedselrijke plekken met veel stikstof in de bodem.  De zaden behouden hun kiemkracht voor langere tijd minstens 5 jaar.

In tegenstelling tot de grote brandnetel is het meer een pionierssoort en wordt hij ook door de wind bestoven.  Hij is een waardplant voor de dagpauwoog, de atalanta en de distelvlinder.

De jonge blaadjes van de kleine brandnetel kan je evenals die van de grote brandnetel gebruiken in het voorjaar in soepen en als groenten smaakt hij naar spinazie.

Grote brandnetel – Urticaria dioica.

Grote brandnetel.

Is een meerjarige en winterharde plant die ook tot de brandnetelfamilie behoort.

Hoogte: Kan een hoogte van 1,5 m bereiken.  Hij heeft een sterk ontwikkelde wortelstok van waaruit een sterk vertakte, rechtopstaande, vierkante stengel opschiet.  De stengel en de bladeren zijn bezet met brandharen die mierenzuur bevatten.  In tegenstelling tot zijn kleiner broertje is de grote brandnetel tweehuizig  wat wil zeggen dat de mannelijke en vrouwelijke bloemen op een aparte plant staan.   De bladeren zijn tegenoverstaand, geleidelijk naar de top versmallend.

Bloeit vanaf juni tot de herfst.

De plant houdt van de halfschaduw, van vocht en beschutting op een zeer nitraatrijke bodem in wegbermen.

De plant bevat veel belangrijke vitaminen (waaronder A,C,B1,B2,B5,B9,E en K)en 20% mineralen waaronder IJzer, Calcium en Silicium de belangrijkste zijn.  Brandnetel werkt bloedzuiverend en voert urinezuur af.  Het kruid heeft bovendien een lage toxiciteit.  Het blad levert groene kleurstof E140 en de wortel op haar beurt een gele kleurstof.  In het voorjaar kan je de jonge blaadjes verwerken in lekker soep en stamppot.  Door het koken verliezen de bladeren hun prikkelende eigenschap.

Het is een waardplant voor de rupsen van enkele van onze mooiste dagvlinders waaronder de distelvlinder, het landkaartje, de gehakkelde aurelia, de atalanta, de kleine vos en de dagpauwoog.  De brandnetel is zo populair bij de rupsen omdat deze heel eiwitrijk is  en waardoor de rupsen zo hard groeien.

De bestuiving gebeurt via de wind.  De bloeiwijze van de mannelijke en de vrouwelijke plant verschillen van elkaar.  De mannelijke planten hebben kortere zijtakken  en de zijtakken van de vrouwelijke planten gaan na de bevruchting enigszins hangen.

Brandnetel vermindert de vrijstelling van histamine waardoor hij een remmende werking heeft op hooikoorts en huisstofmijt.

Recept brandnetelchips:  Brandnetelblad wassen en drogen nadien in olie dompelen en bestrooien met peper & zout en sesamzaadjes en 5 minuten in de oven drogen op 180°C.

Wilde chicorei – Cichorium intybus.

Wilde chicorei.

Is een tweejarige stevige plant die tot de composieten behoort.  Witloof en wilde chicorei zijn dezelfde plant met het verschil dat witloof gekweekt wordt en in het donker gebleekt wordt.

Hoogte: wilde chicorei kan als plant 1 m hoog worden en heeft prachtige azuurblauwe bloemen en zijn ook eetbaar maar met mate want ze smaken nogal bitter. Heeft een harde vertakte stengel met bladeren aan de voet die geveerd en gelobd zijn en de bovenste zijn lancetvormig.  De bloemhoofdjes bestaan uit lintbloemen die elk 5x getand zijn.

Wilde chicorei in bloei.

Bloeit van juli tot november met een krans van blauwe lintbloemetjes

De plant wordt voornamelijk in wegbermen en langs dijken in droog grasland, ook bij muren en op vuilnisbelten in de volle zon aangetroffen.

De plant is al duizenden jaren bekend als nuttig en geneeskrachtig.  Het  gedroogde blad werd vroeger gebruikt als vervanger van tabak en de gemalen en gedroogde  wortel op zijn beurt als koffiesurrogaat. Het jonge blad voor de bloei geplukt kan in de salade gebruikt worden of gestoofd als groenten.  De bloemknoppen kunnen in azijn opgelegd worden als kappertjes.  De zuivere bitterstoffen in de wortel werken stimulerend voor de gal en lever en zijn eetlustopwekkend en bevorderd de spijsvertering.  De wortel bevat inuline die helpt de bloedsuikerspiegel onder controle te houden alsook ondersteunend bij een gezond gewicht.

De plant opent zeer vroeg zijn bloemen tussen 6 en 7 uur en geurt dan ook lekker.  Tegen 12 uur stopt de bloem met geuren en sluit zich en rond 15 uur is de bloem verwelkt.  De bloemen worden daarom vroeg ’s morgens bestoven door wilde bijen en hommels.

Rankende duivenkervel – Fumaria capreolata.

Rankende duivenkervel.

Eenjarige plant die tot de papaverfamilie behoort.

Hoogte: 30 tot 90cm hoge pioniersplant met klimmende stengel en veerdelig blad.  Heeft een penwortel en de plant is wasachtig berijpt en bevat melksap.  De bloemen zijn geelwit en aan de top kleuren ze zeer donkerrood.  Het kroonblad heeft een 2à 3 mm lange spoor en de bloemen staan in vrij dichte trossen.

Bloeit  van juni tot september.

Bloem rankende duivenkervel.

De plant hoort thuis in moestuinen, akkers en plaatsen waar veel stikstof in de grond voorkomt.  Op zonnige tot licht beschaduwde plaatsen.  

Het is een echt akkeronkruid.

De bestuiving gebeurt door bijen.

Van de 3 in het wild voorkomende duivenkervels is dit de zeldzaamste.  Van zeldzaam in Brabant tot zeer zeldzaam elders.

Rankende duivenkervel vegetatief.

Duiven eten graag van deze plant en de bladeren lijken op kervel vandaar de naam.

Dropplant – Agastache foeniculum.

Dropplant.

Meerjarige plant die niet altijd even goed winterhard is maar zaait zichzelf flink uit.  Hij behoort bij de lipbloemenfamilie.

Hoogte: In het voorjaar begint de snelgroeiende plant aan een groeispurt en is al snel 0,50 tot 1,50m hoog. 

De aromatische plant met zacht behaard groen-grijsblad, is getand en lancetvormig en ruikt naar anijs.  De stengel is hoekig en ook zacht behaard. De plant heeft lavendelblauwe bloemen die aan lange aren staan.   

De plant staat graag in de volle zon in een niet te arme grond en buiten de schaduwzone van bomen, en liefst in een goeddoorlaatbare bodem.

De langbloeiende plant trekt bijen en vlinders aan.  Na de bloei blijven de uitgebloeide bloemen een trekpleister voor kleine vogeltjes die deze bloemenaren komen pikken.

Blad en bloempjes zijn eetbaar  en de kleine bloemen kunnen als versiering gebruikt worden in salades.  Het blad is lekker om op te kauwen en je kan er prima thee van zetten.

Fluitenkruid – Anthriscus sylvestris.

Fluitenkruid.

Meerjarige plant die tot de schermbloemenfamilie behoort.

Hoogte:  een holle stengel van 40 tot 150 cm hoog.  Hij heeft opvallende bloeiwijzen in de vorm van witte samengestelde schermen.  De bladeren zijn 2 tot 3voudig geveerd.  En de plant heeft een holle gegroefde licht behaarde stengel die vaak roodbewaasd is.

Bloeit van april tot juni.

Fluitenkruid.

Het is een indicator van een gematigd vochtige standplaats.  Een zeer algemene voorkomende voorjaarsbloeier langs veldwegen en bemeste hooilanden, een stikstofminnende soort.

Het is een topplant voor biodiversiteit en kan zich gemakkelijk vegetatief voortplanten.
In de buisbloemen zit de nectar diep verborgen in de bloem.   Vandaar dat alleen insecten met een verlengde tong hiervan kunnen genieten, waaronder hommels, bijen, vliegen en kevers en dat het zelfs de dagpauwoog kan bekoren.

Fluitenkruid dankt zijn naam aan het feit dat er van de stengel fluitjes gemaakt kunnen worden.  Hoe ga je hierbij te werk?  Snij met een scherp mes de stengel 2 keer vlak onder een knoop door.  Zo krijg je een pijp die aan de bovenkant open is en aan de onderkant dicht.  Maak dan in de bovenste helft van de pijp aan 1 kant een snee in de lengterichting van ongeveer 10 cm.  Blaas hard in het open einde van de pijp.

Fluitenkruid is in principe niet giftig maar in de wortel worden er wel fenolhoudende stoffen aangetroffen.  Ook heeft de plant wel een aantal dubbelgangers die erg op hem lijken en die uiterst giftig zijn, dus voorzichtigheid is geboden.

Grote lisdodde – Thypha latifolia.

Grote lisdodde.

Meerjarige waterplant met wortelstokken die tot de lisdoddefamilie behoort.

Hoogte: tot 2 m hoge plant met 2 grote lijnvormige blauwgroene bladen en een bruine bloeikolf met mannelijke bloemen onmiddellijk op de vrouwelijke bloemen zonder tussenruimte.

Bloeit van juli tot augustus.

De plant vindt men algemeen in ondiep stilstaand of traag stromend, zoet en voedselrijk water.  Hij kan op natte slikbodems als pionier optreden en draagt ook sterk bij aan verlanding van voedselrijke wateren.  Zuivert ook het water.

De jonge scheuten in maart-april verzameld kunnen worden gekookt, gewokt, gebakken, gestoofd en in soep verwerkt.  De binnenkant van de jonge scheuten is ook rauw te eten en smaakt naar komkommer.  In het voorjaar kunnen de witte scheuten als een soort asperge gegeten worden.  Je kan de bladeren oogsten tot dat de groene kolven (bloemen,) zich beginnen te vormen in mei.

Als de bloemen, typische sigaren, rijp worden, kunnen de pluizen uit de rijpe bloeiwijzen gebruikt worden als tondel dat zeer goed ontvlambaar is in juni-juli. 

De wortel kan verzameld worden in november-februari en de fijngesneden wortel kan als compres gebruikt worden op brandwonden.  En in tijden van nood gebruikte men het meel dat uit de gemalen wortelstok kwam.  Deze smaakt naar kastanje.

De typische rietsigaren worden ook vaak in droogboeketten gebruikt.

Wilde gagel – Myrica gale.

Gagel.

Bladverliezende struik die tot de gagelfamilie behoort.

Hoogte: De struik wordt max 1,5m hoog.  De aromatische bladeren ruiken naar eucalyptus en smaken bitter.  De goudkleurige katjes verschijnen voor de bladeren aan de twijgen die daarna niet meer doorgroeien.  De mannelijke katjes zijn langwerpig, de vrouwelijke meer gedrongen. De struik is veelal tweehuizig, meestal komen op 1 struik mannelijk of vrouwelijk katjes voor waarbij eenzelfde specimen van geslacht kan wisselen en in het ene jaar vrouwelijke en in het andere jaar mannelijke katjes kan dragen.

Wilde gagel bloeit in april en mei.

Gagel

In België is de plant algemeen voorkomend. ’s Winters op zeer natte, zure en lemige grond in moerasbossen, hoogveen moerassen en in natte duinvalleien  en ’s zomers in droog gebied.

In België komt de struik uitsluitend voor in de Kempen.

Werd vroeger beschouwd als medicinale plant en als toverplant, en vond zijn toepassing bij kiespijn, als afrodisiacum en insectenwerende plant.  Werd ook bij het leerlooien gebruikt en de gele vrouwelijke bloemknoppen als verfstof.

De aromatische bladeren smaken bitter en werden gebruikt bij het bierbrouwen, voor hop een vast bestanddeel werd bij het bierbrouwen.  Het kruidenmengsel bestond uit gagel, rozemarijn en salie.

Gagel wordt weer toegepast in enkele speciaal bieren zoals Gageleer.

Dit bier is een bio biertje en wordt uitgegeven door Natuurpunt en verkocht in Den Diepenboomgaard, de opbrengst van de verkoop van dit bier komt ten goede voor de aankoop van natuurgebieden door natuurpunt.

Daarnaast heeft de plant volgens oude vertellingen een sterke hallucinogene werking.

Goudsbloem – Calendula officinalis.

Goudbloem.

Winterharde eenjarige plant die tot de composietenfamilie behoort en zichzelf uitzaait.

Goudsbloem is een gecultiveerde soort die een aparte soort geworden is.  En hij wordt  als sierplant, als medicinale- en als culinaire plant verbouwd.

Hoogte: 30 tot 45 cm hoog en heeft stompe bladeren.  De oranje en gele bloemen bloeien de hele zomer en herfst.

De plant stelt geen bijzondere eisen aan de bodem maar het liefst staat hij in de volle zon met een  goed doorlaatbare bodem, beschut tegen de wind.   In de tuin werkt de goudsbloem bodem verbeterend en sterk  schadelijke insecten werend (mieren, aaltjes).  Ontsnapt  soms uit de tuin en groeit dan op akkerland.

Goudsbloem lokt veel bijen en vlinders.  Trekt ook zweefvliegen aan die bladluizen vernietigen.  Goudsbloem is ook een goede buur voor tomatenplanten.

Wordt soms in bloempotten binnenshuis gezet om mieren weg te houden.

De bloemhoofdjes worden medicinaal gebruikt en hebben een snelle wondhelende werking.  Boter en kaas kunnen gekleurd worden met de safraangele kleurstof.

Knopig helmkruid – Scrophularia nodosa.

Knopig helmkruid.

Meerjarige, winterharde plant die tot de helmkruidfamilie behoort.

Hoogte: 100cm hoog rechtopstaande vierkante stengel.   Bladeren bijna onbehaard en tegenoverstaand. De kleine 2 lippige bloemen zijn vuil bruinpaars en bloeien in schijnpluimen.  De bloem lijkt wel op een helmpje (symmetrische  bloem die op een lipbloem lijkt.)  Heeft een knolvormige wortelstok.

Bloeit van juni tot september.

Je vindt de plant in vochtige bossen en langs oevers en sloten en in bermen.  Hij groeit goed in voedzame en vochtige grond in de zon tot de halfschaduw.

De bloemen worden graag bezocht door wespen, hommels en bijen.

De plant wordt tegenwoordig beschouwd als giftig.

IJzerhard –  Verbena officinalis.

Ijzerhard.

Meerjarige plant die tot de ijzerhardfamilie behoort.

Hoogte: 30 tot 75cm hoge, stijf rechtopstaande plant die zich rijkelijk vertakt met houtige basis.  Bladeren tegenoverstaand, de onderste diep gelobd.  De bleek lila bloemen in lange aren.

Bloeit in juni tot oktober.

De plant vind je in wegbermen, aan dijken en in ruigten in de volle zon.

Wordt bestoven door wilde bijen, hommels en vlinders die dol zijn op de nectar van ijzerhard.

IJzerhard is een aromatisch kruid dat zich gemakkelijk uitzaait.  Maar in het wild is de plant in België vrij zeldzaam geworden.

Het zeer bitter kruid wordt vooral bij nerveuze klachten gebruikt en werkt kalmerend.

Hondsdraf – Glechoma hederacea.

Hondsdraf.

Meerjarige, winterharde plant die tot de lipbloemenfamilie behoort.

Hoogte: 10 tot 20cm hoge, kruipende en geurende plant die gebruikt wordt als bodembedekker.  Heeft ronde tot hartvormige bladeren en blauwe lipbloemen.

De plant bloei van april tot juni.

Hij komt in een brede waaier van biotopen voor, op matig voedselarme tot voedselrijke, vochtige tot droge bodems. Hij voelt zich zowel in de zon als in de schaduw in zijn sas.  Zeer algemeen in wegbermen, bossen en struwelen, waterkanten en vochtige graslanden.

Hondsdraf wordt aangevlogen door een aantal solitaire bijen, waaronder; andoornbij, bosmetsel bij, blauwe metselbij, gewone sachembij en grote wolbij.

Is ook een waardplant voor het bont dikkopje en Spaanse vlag (deze éérste is een dag vlinder de laatste is een nachtvlinder dag actief.)

Het jonge plantje kan als groente gegeten worden in salades, bij wildschotels of in soepen maar met mate.  Je kan er ook een lekkere pesto mee maken.

Bloeit in de buurt van de brandnetel en laat de jeuk verdwijnen die de brandnetel veroorzaakt, strijk hiervoor met het blad over de jeukende plek.

Als medicinale plant heeft het een slijmoplossende werking en wordt uitwendig toegepast bij abcessen en slecht helende wonden.

Hemelsleutel – Sedum telephium.

Hemelsleutel met vlinder Atalanta.

Meerjarige, winterharde, bladverliezende plant die tot de vetplantfamilie behoort.

Hoogte: 25 tot 60 cm hoog met vlezige bladeren verspreid, zittend en eirond.  De bloemen in half ronde, roze pluimen en met knolvormige wortels.

Bloeit van augustus tot oktober.

Van nature komt de plant voor in bermen, onder struikgewassen en in loofbossen  op een enigszins vochtige, voedselrijke grond in volle zon tot halfschaduw.

In de zomer is de hemelsleutel aanlokkelijk voor bijen, hommels en vlinders.

Cultivars van de hemelsleutel vindt men vaak in de tuinen.

De bladeren werden vroeger gebruikt om op wonden te leggen en ze zijn eetbaar, lekker knapperig en fris voor in de salade.

Korenbloem – centaurea cyanus.

Korenbloem.


Eenjarige plant ooit gekend als akkeronkruid die behoort tot de composietenfamilie.

Hoogte: 20 tot 80 cm hoge ongevleugelde stengel met lijn lancetvormig blad zonder uitlopers. De vergrote, helder blauwe  randbloemen zijn steriel en dienen alleen om insecten te lokken.  Alleen de veel kleinere, centrale bloemen hebben stampers en meeldraden.

Korenbloem met vuurvlinder

Bloeit van juni tot augustus.

Ooit zeer algemeen in wintergraanakkers, tegenwoordig in zandige bermen, deels ingezaaid en op braakliggende terreinen.  Verschillende soorten worden in de tuinen gekweekt.

Bestuiving  door vlinders, bijen, hommels en zweefvliegen is nodig voor de goede zaadzetting.  En de zaden worden door mieren verspreid en kiemen in het najaar.

De blauwe bloemen worden vaak opgenomen in mengsels van kruidenthee waaraan ze een aantrekkelijk uiterlijk geven.  Korenbloem werd vroeger medicinaal gebruikt als bitter urinedrijvend middel.

Wilde kamperfoelie – Lonicera periclymenum.

Wilde kamperfoelie.

Klimheester, liaan die tot de kamperfoeliefamilie behoort.

Hoogte: Kan van 2 tot 10m klimmen.  De takken winden met de klok mee (rechtsdraaiend.) Bladeren tegenoverstaand en omgekeerd eirond, de jonge stengels en bladeren zijn behaard maar dit verdwijnt met het ouder worden.  De bloemen zijn buisvormig en vooral ’s nachts sterk zoetgeurend.  Vruchten zijn donkerrood en giftig, veroorzaken diarree en braken.

Bloemen wilde kamperfoelie.

Bloeit  van april tot augustus.

Bloem wilde kamperfoelie.

Is wijdverspreid in struwelen, heggen, aan bosranden en in lichte bossen bij voorkeur op vochtige, voedsel- en kalkarme bodem, in de volle zon tot halfschaduw.

In onze bossen komt deze struik vaak het eerst in blad zodat hij vroeg in de lente groenvoer levert aan het wild.

Kan 50 jaar oud worden en een zwakke boom geheel wurgen.

Wordt bestoven door nachtvlinders met een lange roltong zoals pijlstaarten en uilen, ook kevers, vliegen, zweefvliegen, bijen en hommels vinden hun weg naar deze struik.

Is een waardplant voor de kleine ijsvogelvlinder, moerasparelmoervlinder en Spaanse vlag.

Winterkamperfoelie – Lonicera fragrantissima.

Winterkamperfoelie.

Half wintergroene heester die tot de kamperfoeliefamilie behoort.

Hoogte: tot 2m hoog met een bossige en soms iets warrige groeivorm.

Bloeit van januari tot april met zoetgeurende kleine ivoorwitte bloempjes die uit de oksels groeien.

De struik is goed winterhard en staat liefst in de zon tot halfschaduw op een normale tot vochtige bodem.

Winterkamperfoelie.

De plant lokt bijen, hommels en andere nectar minnende insecten aan.  Het is een geweldige eerste voedingsbron voor ontwakende hommels.

De rode bessen zijn geliefd bij vogels.

De plant kan vrij goed tegen wind en luchtvervuiling.

Echte kamille – Matricaria recutita.

Echte kamille.

Een eenjarige  zeer geurige plant die tot de composietenfamilie behoort.

Hoogte: 15 tot 50cm hoge plant met een geveerd blad en kleine samengestelde bloem-hoofdjes (madeliefjesachtig).  De bloemhoofdjes bestaan uit gele buisbloempjes omringt door talrijke lintbloemen en van binnen is het bloemhoofdje hol.

Bloeit  van mei tot augustus.

Je vond vroeger de plant in graanakkers en nu op verstoorde open plaatsen, bermen en  tuinen in volle zon op vruchtbare zand tot leem bodem.

De plant wordt bevlogen door solitaire bijen o.a. de wormkruidbij, duinzijdebij en brede dwergbloedbij en ook bestoven door zweefvliegen, hommels en bijen.

Het zaad bloeit pas na verstoring van de bodem.

Het kruid heeft een aangename kamillegeur dat in aftreksels gebruikt wordt o.a. om blond haar een lichtere kleur te geven.

De thee heeft een krampstillende werking en de tinctuur (oplossing in alcohol) heeft een ontstekingswerend effect.

Grote klis of klit – Arctium lappa.

Grote klis.

Tweejarige, winterharde en stevige plant die tot de composietenfamilie behoort.

Hoogte: 80 tot 160cm  forse wijdvertakte plant  met rondachtige-hartvormige grondbladen.    De bladstelen zijn hol  en de bloemen  lang gesteeld, paars-rood met vele, hakige en stijve stekels.

Bloeit van juni tot september.

De plant houdt van nitraathoudende bodem in de buurt van akkers, wegbermen, ruïnes, bosranden en open plekken in het bos in zon of lichte schaduw.  Hij verdraagt zelfs zoute omstandigheden.

De plant is een rijke nectarbron voor bijen, vlinders, hommels en zweefvliegen.  De buisbloemen kunnen zowel na kruisbestuiving via insecten als na zelfbestuiving tot goede vruchtzetting komen.  Het is ook een waardplant voor de distelvlinder. 

Distelvinken en ringmussen verspreiden de plant door de zaden te morsen die uit hun snavel vallen.

De plant heeft een vochtafdrijvende en urinezuurdrijvende  werking en voorkomt de vorming van nierstenen.

De in zout gekookte kliswortel kan als schorseneren gegeten worden en smaakt zoals artisjok.  De jonge verse takken worden rauw in salades verwerkt of gestoofd.

De plant stond ook als voorbeeld voor de klittenband of velcro.

Koninginnenkruid (Leverkruid) -Eupatorium cannabinum.

Koninginnenkruid.

Meerjarige plant die tot de composietenfamilie behoort.

Hoogte: 80 tot 150cm  hoge roodachtige stengel met roze bloemhoofdjes met weinig buisbloemen en samengesteld tot een grote schermvormige pluim en 3à5-tallig blad.  De bladen lijken in de verte op die van hennep vandaar de soortnaam cannabinum.

Bloeit van juli tot oktober.

Komt algemeen voor aan waterkanten en natte plaatsen en in lichte loofbossen.

De bloemen worden druk bezocht door solitaire wilde bijen, zweefvliegen, hommels en opvallend veel  dagvlinders waaronder de koninginnenpage, atalanta, dagpauwoog, distelvlinder, keizersmantel, landkaartje, citoenvlinder en kleine vos.  Het is een waardplant van de Spaanse vlag (een dagactieve nachtvlinder.  Ook een belangrijke nectarplant voor kool- en kokermotten.  De bloemen ruiken aromatisch en enigszins naar honing.

Koninginnenkruid met keizersmantel (dagvlinder, zeldzaam)

Koninginnenkruid kan zich ook vegetatief voortplanten.  De fijne zaden worden door de wind verspreid.

De plant heeft galvormende en leverbeschermende eigenschappen.

Grote kattenstaart – Lithrum salicaria.

Grote kattenstaart

 Is een vaste plant die tot de kattenstaartfamilie behoort.

Hoogte: 70 tot 120cm hoge vierkante stengel met lancetvormig donzig behaard blad.  Roze purperen bloemen in lange trossen.

Grote kattenstaart.

Bloei vanaf juni tot september.

Zeer algemeen  in vochtige velden, weiden, drassige hooilanden en  langs waterlopen en meren in volle zon tot halfschaduw.

De grote kattenstaart bevat veel nectar en stuifmeel en wordt graag bezocht door kevers,  hommels, zweefvliegen, wilde bijen waaronder de kattenstaartbij, de grote bladsnijder en de tuinbladsnijder en de grote wolbij en vooral  ook vlinders waaronder de luzernevlinder, de tweekleurige parelmoervlinder, het klein geaderd witje en het boomblauwtje.

Is ook een waardplant van de citroenvlinder en het boomblauwtje.

De plant kent 3 bloemtypen met verschillende lange stijlen en meeldraden waardoor kruisbestuiving bevorderd wordt.  De zaden zijn bedekt met een opzwellende slijmlaag waardoor ze aan de snavels van de watervogels blijven kleven.

Vroeger werden de bloeiende toppen medicinaal gebruikt tegen diarree en als bloedstelpend middel.  Door het hoog gehalte aan looistoffen werd de plant gebruikt om leer te looien.

Grote klaproos – Papaver rhoeas.

Grote klaproos

Eenjarige pioniersplant die tot de papaverfamilie behoort.

Hoogte:  tot 50cm hoge plant die een wit melksap bevat.  Het blad is borstelig behaard en de bloemen zijn scharlakenrood met een zwarte vlek aan de voet van het kroonblad.  De zaden blijven tientallen jaren kiemkrachtig in de bodem en ontkiemen pas na verstoring van de bodem en blootstelling aan het licht.

Grote klaproos.

Bloeit van juni tot augustus.

Vroeger zeer algemeen in graanakkers op voedselrijke, liefst kalkhoudende grond.  Tegenwoordig nog vrij algemeen op omgewerkte grond langs snelwegen en hier en daar op akkerranden, in vochtige tot droge, matig tot zeer voedselrijke bodem in de volle zon.

De grote klaproos wordt alleen door bijen bestoven want hij produceert enkel stuifmeel en pollen in de vroege morgen en geen nectar!

De bloem bevat veel kleurstoffen en wordt gebruikt voor het kleuren van geneesmiddelen en theemengsels.  De plant bevat stoffen die gebruikt worden bij bronchitis en heesheid.

Inkarnaatklaver – Trifolium incarnatum.

Inkarnaatklaver.

Eenjarige plant die tot de vlinderbloemenfamilie behoort.

Hoogte: 20 tot 50 cm  op een dunne, lichtgroene stengel omringd door een hartvormig, lichtgroen blad.  De stengel van deze dichtbehaarde klaver is krachtig rechtopstaand en meestal onvertakt.  Het behaarde blad is omgekeerd eirond en 1à2 cm lang met een gezaagde bladrand en 3delig.  De bloem is vijftallig en de kroonbladen kleuren scharlakenrood, de steunblaadjes zijn stomp.

Bloeit van mei tot juli.

Komt als neofyt (nieuwe plant door de mens geïntroduceerd,) overal voor, op akkerlanden, weilanden en bermen in de zon.

De rode klaver is voor de bevruchting afhankelijk van hommels en bijen.

Zowel de bloemen als de bladeren zijn eetbaar in stampotten, ook in bloemboter geven de bloemen een lekkere smaak en kleur.

Wordt ook medicinaal gebruikt bij overgangsklachten.

Van nature komt de plant uit het middellandse zeegebieden, redelijk winterhard en wordt als voederplant gekweekt.  Hij brengt een redelijk grote hoeveelheid stikstof in de bodem en onderdrukt tegelijk ook de opkomst van onkruiden.

Vijfdelig kaasjeskruid – Malva alcea.

Kaasjeskruid.

Meerjarige plant die behoort tot de kaasjesbloemenfamilie, een meer zeldzamere soort.

Hoogte: tot 100cm hoge behaarde plant met gewone haren en sterharen.  De bladeren zijn 5delig en diep ingesneden waardoor ze erg lijken op muskuskaasjeskruid, zijn reukloos en hebben 5 kroonbladen die roos gekleurd zijn.

Bloeit van juli tot september.

Je vindt hem in akkerranden, bermen, op puinhopen, op hellingen en aan dijken in de zon tot de halfschaduw. En hij verkiest voedzame en kalkhoudende bodem en is tevens een indicator voor matig vochtige standplaats.

De bestuiving gebeurt door bijen en hommels.

De plant staat op de rode lijst als zeldzaam maar wordt ook als tuinplant aangeplant.

De bloemen geven een paarse kleurstof die in water oplost en de bladeren bevatten ook een geringe hoeveelheid vitaminen: A,B,C en B2.  Reeds 700 voor Christus was het een gekend geneesmiddel.  Medicinaal is het hoeststillend vnl. kriebel- en prikkelhoest.

Bloemen geven toegevoegd aan salades een milde aangename smaak.

Kleefkruid – Galium aparine.

Kleefkruid.

Eenjarige plant die tot de sterbladigenfamilie (koffiefamilie) behoort.

Hoogte: 20 tot 120cm hoge klimmende plant met hakige haren  op de stengels en vruchten waardoor hij vastkleeft aan de vacht van dieren en aan kleding met als doel zijn vruchtjes over verre afstand te verspreiden. Heeft kleine opvallende bloempjes in stervorm, vormt matten waardoor andere planten geen kans meer krijgen om te groeien.

Bloeit van mei tot oktober.

Zeer algemeen in akkers, bosranden, heggen en in tuinen in volle zon en op beschaduwde plaatsen, op klei en leem en op stikstofrijke, vochtige plekken.

De bestuiving gebeurt door kevers, vliegen, zweefvliegen en andere.

Kleefkruid is een typische cultuurvolger  die als groente kan gegeten worden, lekker in soep, smoothies en omelet.  De zaden kunnen geroosterd als koffiesurrogaat gebruikt worden.   Het vormt een belangrijk tonicum  voor het lymfatisch stelsel en helpt vocht en afvalstoffen af te voeren.

Echte lavendel – Lavendula angustifolia.

Lavendel

Halfheester die tot de lipbloemenfamilie behoort, en uit het Middellands zeegebied komt maar ook bij ons op grote schaal gekweekt wordt.

Hoogte: tot 70 cm hoge halfstruik met sterk vertakte, grijsgroene takken.  De bladeren zijn lancetvormig en langs de rand ingerold.  De vrij kleine, zeer geurige en violette bloemen zitten in schijnaren tot 8cm lang.

Bloeit  in juli-augustus.

Lavendel verlangt een goed doorlaatbare bodem in de volle zon en neutrale tot kalkhoudende grond en hij kan niet goed tegen natte voeten.

Bijen, hommels en vlinders komen op de heerlijk geuren en de overvloedige nectar  af gedurende de hele zomer.

Lavendel scheidt stoffen af waaraan bladluizen een hekel hebben.

Bevat etherische olie die in de cosmetische industrie en in de parfumerie gebruikt worden.  De gedroogde bloemen verdrijft motten.

Look-zonder-look –  Allaria petiolata.

Look-zonder-look

Tweejarige plant die tot de kruisbloemenfamilie behoort.

Hoogte: 40cm rechtopstaande bossige plant met witte, geurende bloemen die naar look smaken.

Bloeit van april tot juni.

Een zeer algemene soort in Vlaanderen.  Je vindt hem aan bosranden in de halfschaduw, in bermen en langs de oever van waterlopen op voedselrijke, vochthoudende losse bodems die zanderig tot kleiachtig zijn.

De bloemen worden bestoven door bijen, hommels, vliegen, zweefvliegen en dag- en nachtvlinders.  Hij is de waardplant van het oranje tipje en het groot koolwitje.

De bloemen zijn eetbaar en doen het goed in salades en sauzen, ze geven gerechten een milde knoflooksmaak.

Vlasbekje – Linaria vulgaris.

Vlasbekje

Meerjarige plant die bij de weegbreefamilie behoort.

Hoogte: 30 tot 90cm hoge plant met rechtopstaande stengel.  Bloemen zijn geel met een spoor tot 35mm.  Bladeren zijn zittend, lijn-lancetvormig.  De zaadproductie is zeer groot en kan meer dan 32.000 zaden per plant bedragen.

Vlasbekje

Bloei van mei tot september.

Algemeen aan akkerranden, in wegbermen en langs spoorlijnen in zanderige en droge grazige plaatsen op voedsel- en mineraalrijke plekken.  Licht behoevend en warmte minnend

De nectar bevindt zich achter in het lange spoor en blijft alleen bereikbaar voor langtongige hommels die de weg gewezen wordt door de oranje vlekken (honingmerken) naar het inwendige van de bloem.  Ook voor hommels en grote bijen die sterk genoeg zijn  om de onderlip van de bloem omlaag te duwen zodat de nectar bereikbaar wordt.

 Het is een waardplant voor de larven van een groot aantal dagvlinders en motten zoals de wolfsmelkuil, boksbaardvlinder, gamma-uil, vlasbekuiltje, vlasbekdwergspanner, tweekleurige parelmoervlinder en oranje o-vlinder.

In de Middelleeuwen werd een aftreksel van de plant toegevoegd aan het water waarmee de was gedaan werd, hierdoor werd de grauwe kleur van de was enigszins verbloemd.

Mierikswortel – Armoracia rusticana.

Mierikswortel

Meerjarige bladverliezende winterharde, krachtig groeiende plant die tot de kruisbloemenfamilie behoort. Hij verspreidt zich via wortelstokken.

Hoogte: 80 tot 130cm hoge bebladerde stengel met grote grondbladeren die wel een meter kunnen bereiken en hij verspreidt zich via wortelstokken en hij heeft een vlezige penwortel.  Heeft witte tot witgele bloempjes in eindstandige schijnschermen met een prikkelende geur.

Bloeit van mei tot juli.

Over gans het noordelijk halfrond geteeld en vandaaruit verwilderd.  In het wild tref je hem langs wegbermen en langs oevers in vruchtbare, humusrijke en vochtige bodem in volle zon tot halfschaduw.

Wordt ook door vlinders bezocht.

Het blad levert een diep gele kleurstof en is eetbaar, heeft een subtielere smaak dan de wortel die ook gebruikt wordt in sausjes.  Hij bevat vitamine C, mosterdolie en zwavel-houdende glycoside, waardoor hij gebruikt kan worden bij hoesten en bronchitis.  Pure penicilline uit de tuin.

Hij beschermt ook aardappelplanten tegen de coloradokever en tegen bodemschimmels.

Muurbloem – Erysimum cheiri / Cheiranthus cheiri.

Muurbloem

Tweejarige plant  uit de kruisbloemenfamilie. Hij is in het wild zeldzaam geworden maar  wordt in de tuinen als cultivars aangeplant.

Hoogte: 20 tot 90cm hoge, kortlevende opgaande en groenblijvende plant met kroonbladen van 1,5 tot 2,5 cm.  Bloemen zijn zoetgeurend felgeel tot oranjerood met enkele of gevulde bloemen boven een smal grijsgroen blad.  Behoudt langdurig zijn voorjaarskleur en de geur lijkt op kruidnagel, hij staat makkelijk 8 weken mooi in bloei.

Muurbloem blauw

Bloeit zeer rijkelijk van april tot juni.

Groeit vaak op oude muren van kerken en ruïnes en stadswallen en op zonnige kalkrotsen.  Hij verkiest een goed doorlatende, matig vruchtbare, kalkrijke tot neutrale  bodem in volle zon.  Hij tolereert ook zout.

Plant wordt bezocht door bijen en vlinders

Bloem is giftig en heeft een werking op de hartspier.

Wilde marjolein – Oregano vulgare.

Marjolein

Meerjarige plant  die behoort tot de lipbloemenfamilie.

Hoogte:  30 tot 60cm hoge plant met vierkant rechtopstaande vertakte stengel, de zijtakken zijn meestal roodachtig aangelopen.  De bladeren zijn ovaal  niet getand en de meeldraden steken uit de bloemen.  De zeer talrijke purper roze bloemen staan in kort gedrongen aren en zijn zeer welriekend.  Is winterhard maar niet wintergroen.  Wilde marjolein sterft bovengronds af in de winter om vervolgens in het voorjaar terug uit te schieten.

Bloeit van juli tot oktober.

Zeer algemeen op droge en steenachtige grond, in kalkrijke bermen, bosranden en  in struikgewas.   Houdt van droge bodem maar kan zeker niet zonder water in de groeimaanden.  En houdt van een beschut plekje in de volle zon.  Is ingeburgerd rond de Middellandse zee en wordt gekweekt elders in Europa.

Plant wordt bestoven door honingbijen en talloze wilde solitaire bijen o.a. metselbij, zandbij, wespbij en bloedbij, en hommels, zweefvliegen, wespen en dagvlinders waaronder tijmblauwtje, citroenvlinder, koolwitje, gehakkelde aurelia, kleine vos, dagpauwoog, en kleine parelmoervlinder.

Wilde marjolein is een van de belangrijkste bestanddelen van pizzakruiden en is bekend uit de Italiaanse en Griekse keuken.  Het heeft een licht zoete smaak en is ook een sterk geurend kruid.

De plant bevat etherische olie  en werkt krampstillend en gas drijvend en wordt in badschuim verwerkt.

Het is een in België wettelijk beschermde plant.

Watermunt – Mentha aquatica.

Watermunt

Meerjarige, winterharde plant die behoort tot de lipbloemenfamilie.

Hoogte: 30 tot 90cm hoge plant met kantige vaak rood aangelopen stengel en ovaal getande harige bladen, meer dan 1cm breed die kruisgewijs tegenoverstaand zijn en met een aangename pepermuntaroma. 

De eindstandige bloeiwijze bolvormig  met een of twee schijnkransen.  Zowel bovengronds als ondergronds hebben de stengels en wortels lange uitlopers waardoor ze vegetatief uitbreiden.

Bloeit van juni tot  eind oktober.

Algemeen in natte plaatsen, aan slootkanten, in rietlanden, drassige hooilanden en akkers.

De roodachtig lila bloemen worden door insecten zoals hommels en honingbijen bestoven.

Menthol heeft een verfrissende en ontsmettende werking in mondwater,  in tandpasta en in after sun creme.  Watermunt heeft ook geneeskrachtige eigenschappen; bevordert de spijsvertering, heeft een krampstillende werking, verlicht bij verkoudheid en geeft een frisse adem.  Watermunt wordt ook nog in snoep gebruikt en je kan zowel verse als gedroogde blaadjes gebruiken voor thee.

Geel nagelkruid – Geum urbanum.

Nagelkruid

Meerjarige, winterharde plant die behoort tot de rozenfamilie.

Hoogte: 20 tot 70cm hoge plant met een stevige wortelstok, behaarde rechtopstaande stengel en een rozet van wortelbladeren  De eindstandige bloemen staan meestal in trosjes van enkele bloemen.  De kroonbladen zijn geel. De zaden bevinden zich in klitvormige vruchten en worden verspreid via de vacht van dieren.

Bloeit van mei tot september.

Groeit overal op het Noordelijk halfrond, in de rand van loofbossen, in natuurlijke omheiningen en in struwelen.  Hij heeft een voorkeur voor voedselrijke, vochtige bodems  in zon tot halfschaduw.

De plant wordt bestoven door bijen, wespen, hommels en mieren en ook zelfbestuiving kan optreden.

Wordt als waardplant gebruikt door de larven van een aantal vlinders waaronder de aardbei-vlinder.

De naam nagelkruid heeft betrekking op het feit dat de wortel naar kruidnagel ruikt.
De wortel wordt gebruikt bij tandpijn, bevat een etherische olie;eugenol die samentrekkend werkt.

De bloemen van nagelkruid zijn eetbaar.

Slipbladige ooievaarsbek – Geranium dissectum.

Ooievaarsbek.

Eenjarige plant die behoort tot de ooievaarsbekfamilie.

Hoogte: 10 tot 40cm hoge plant met schuin afstaand naar beneden behaarde stengel.  De bladeren zijn gesteeld en diep 5 à 7-delig ingesneden, handvormig, veerspletig tot veerdelig blad.  De plant heeft een penwortel en de bloem is roze tot paarsrood, de kroonbladen zijn uitgerand.

Slipbladige ooievaarsbek

Bloeit van mei tot september.

Komt redelijk algemeen voor in het wild, op akkers, in tuinen en wegranden.  Hij prefereert stenige, voedselrijke en eerder droge dan vochtige kleigrond.

De plant wordt bestoven door vliegen, zweefvliegen, bijen en hommels.

Het is een waardplant voor het bruin blauwtje (vlinder).

Is oorspronkelijk afkomstig uit het Middellandse zeegebied en  de zaden zijn met akkerzaden naar hier gebracht.

Prikneus – Lychnis coronaria/ Silene coronaria.

Prikneus

Tweejarige tot meerjarige, winterharde plant die behoort tot de anjerfamilie.

Hoogte: 40 tot 90cm hoge witviltige plant.  De keel van de bloem is gesloten door stijve harde schubben, de bloem is purperrood of wit.  Groeit van een rozetvormige basis met zacht wollige, grijsgroene bladeren met lange stelen met weinig bladeren.

Bloei in juli en augustus.

Is bijna in heel Europa ingeburgerd, de soort komt zowel in het wild als in siertuinen voor.  In België een vrij algemeen voorkomende verschijning in bermen en op open terreinen in de volle zon op een niet te arme bodem en buiten de schaduwzone van bomen en heesters en op droge, zanderige of stenige plaatsen.

Prikneus wordt bestoven door bijen.

De plant zaait zichzelf ook rijkelijk uit.  De wollige fijne haartjes op de bladeren en stengels beschermen de plant tegen snelle temperatuurwisselingen, het helpt de verdamping te beperken en beschermt de plant tegen ongedierte.

Phacelia – Phacelia tanacetifolia.

Phacelia

Eenjarige plant die tot de bosliefjesfamilie behoort.

Hoogte: 20 tot 80cm rechtopstaande, vaak vertakte, ruwbehaarde stengel.  De bladeren zijn 1 tot 2 keer geveerd en de heerlijk geurende, blauwe bloemen staan in een dichte, samengestelde bloeiwijze.  De 5 meeldraden steken ver uit de bloem.

Bloeit van mei tot september.

Oorspronkelijk afkomstig van Californië waar hij op stenige berghellingen voorkomt.  Hier gekweekt als sierplant in akkers en soms verwilderd in wegbermen op zonnige plaatsen.  Hij kan goed tegen de droogte.

Phacelia is een echte bijenplant, wordt bezocht door honingbijen en hommels en trekt ook sluipwespen aan die plaaginsecten bestrijden.

Phacelia geldt als een zeer goede groenbemester die extra stikstof in de bodem brengt en veel humus geeft.

De plant kan wel voor huidirritaties zorgen.

Slangenkruid – Echium vulgare.

Slangenkruid

Tweejarige plant die bij de ruwbladigenfamilie behoort.

Hoogte: Eerst vormt de plant een rozet met bladeren en pas in het 2de jaar ontwikkelt de plant een stengel die tot 2m hoog kan worden en stijfborstelig behaard is.  Bloemen zijn iets 2-zijdig, eerst roodachtig en later blauw en de meeldraden zijn uitstekend. De geopende bloem met zijn naar voren gestoken, gespleten stijl lijkt wat op een slangenkop.  Na de zaadzetting sterft de plant af en het zaad blijf lang kiemkrachtig.

Slangenkruid in bloei.

Bloeit  van mei tot september.

In Vlaanderen is slangenkruid  vrij algemeen en breidt zich sterk uit in stedelijke milieus.  Verkiest een droge, zanderige en arme standplaats op industrieterreinen, langs spoordijken en wegen en  is ook een soort van pioniersvegetatie in ruigten.

Slangenkruid

De bestuiving gebeurt door hommels, honingbijen en wilde bijen waaronder de andoorn bij,  de geel-gespoorde houtmetselbij, de gouden metselbij, de grote en kleine wolbij, de nepeta bij, de slangenkruid bij, de witte rouwbij, en de zwaluwbij .
Het is ook een waardplant voor de distelvlinder.

De wortel van de plant werd in het verleden gebruikt als basis voor rode verf.

Vroeger geloofde men dat de plant een geneeskrachtige werking had bij slangenbeten.          

Nu wordt het sap als fytofarmaceutisch middel toegepast in kompressen bij steenpuisten.

Bijen blijken te weten dat alleen de jonge roodachtige bloemen nectar bevatten.

Smeerwortel – Symphytum officinale.

Smeerwortel.

Meerjarige, winterharde plant die behoort tot de ruwbladigenfamilie.

Hoogte: 30 tot 120cm hoge plant met langwerpige, ovale en ruwbehaarde bladeren die duidelijk op de stengel aflopen.  De bloemen in opgerolde aren zijn smal, klokvormig en knikkend in crème, paars of roze kleur.

Bloeit van eind april tot augustus.

Houdt van vochtige tot natte vruchtbare kleigrond in de zon tot de halfschaduw.  Veel voorkomend in vochtige weilanden, moerassen en langs sloten, beken, rivieren en stilstaande waters.

De bloemen worden veelvuldig bezocht door grote insecten als langtongige hommels die de nectar en pollen  onderuit de bloemen verzamelen. 

De kleinere insecten als bijen of kort tongige hommels boren zich onderin de kroonbuis een gat zodat ze toch de nectar kunnen stelen.  Dit noemt men “inbraak” en de geboorde gaten vallen vaak op door de bruine randen.

De wortel werd vroeger vaak toegepast om beenbreuken te behandelen.

Slaapmutsje – Escholzia californica.

Slaapmutsje.

Eenjarige plant die tot de papaverfamilie behoort, ook wel goudpapaver genoemd.

Hoogte: 40cm hoge papaverachtige plant met alleenstaande, komvormige, oranje en lang gesteelde                                             bloemen.  Bladeren zijn blauwgroen en fijn verdeeld in lijnvormige slippen.

Bloeit van juni tot september.

Groeit in het wild in de kustgebieden van het zuidwesten van Noord Amerika elders wordt hij als sierplant gekweekt maar  komt ook soms verwilderd voor.  Verkiest een zonnige standplaats en een niet te natte bodem.

De bloemen kunnen zichzelf bevruchten maar worden ook door honingbijen bezocht. De bloem heeft veel stuifmeel en pollen maar geen nectar.

De plant heeft een kalmerende werking en slaapverwekkende invloed.

’s Nachts of bij koud en winderig weer sluiten de kroonbladeren zich, vandaar zijn naam.

De plant zaait zichzelf gemakkelijk uit.

Tripmadam – Sedum reflexum.

Tripmadam

Meerjarige en winterharde plant uit de vetplantenfamilie.

Hoogte:  10 tot 30cm hoge vetplant met kruipende en groenblijvende, lange scheuten en goudgele bloemen.  Het blad is blauwgrijs en naaldvormig.

Bloeit van juli tot augustus.

Groeit in de natuur op rotsen, muren en in droge graslanden altijd op kalkarme bodems maar kan ook in rotstuinen en op stapelmuren geplant worden op een zonnige plek en in liefst schrale doorlaatbare grond.  Natte voeten vermijd je best.

De nectar van de plant wordt door bijen en hommels gewaardeerd.

De naam Tripmadam is afgeleid van het Franse woord voor dikke matrone.

De verse plant is eetbaar en kan gebruikt worden in salades, sauzen en rauwkost en wordt ook ingelegd in azijn.

Het sap van de plant is pijnstillend en werkt verkoelend.

Vogelmuur – Stellaria media.

Vogelmuur midden van foto.

Eenjarig algemeen onkruid die tot de anjerfamilie behoort.

Hoogte: 10 tot 40cm hoge plant met een liggende stengel, soms windend.  De bladeren zijn ovaal, tegenoverstaand en gesteeld met 1 rij haren.  De bloemen staan in de bladoksel in stervorm vandaar zijn naam.  De kroonbladen zijn meestal even lang als de kelkbladen.

Bloeit heel het jaar als de temperatuur het toelaat.

Je vindt de plant in akkers, tuinen, op braaklanden, in wegranden en bossen en hij verkiest flink vochtige en stikstofrijke grond in zon tot lichte schaduw.

Voor sommige motten is het een waardplant.

De eerste strategie van de plant is bevruchting door insecten maar soms lukt dit niet altijd.  Op het einde van de bloeitijd worden de meeldraden van de bloemen zo lang dat ze hun eigen stamper kunnen bevruchten, zo worden ze toch nog bevrucht.

Het is een indicatorplant voor zeer stikstofrijke bodems.

Het is ook in de winter een waardevolle bodembedekker die de grond vochtig en kruimelig houdt en tegen erosie beschermt.  In het voorjaar levert hij een voortreffelijke compost.
De naam wijst erop dat diverse vogelsoorten er erg op gesteld zijn.

Vogelmuur is één van de lekkerste, malse, wilde groenten en tevens zeer voedzaam.  De smaak is neutraal tot licht gekruid.  Als spinazie te bereiden in stamppotten, groentetaarten, stoofpotjes, soepen en salades.

Kan gebruikt worden bij kneuzingen en bij pijnlijke botten en bevat veel vitaminen C, ijzer, calcium, magnesium, kalium en kiezelzuur.

Smalle weegbree – Plantago lanceolata.

Smalle weegbree.

Meerjarige plant die eveneens tot de weegbreefamilie behoort.

Hoogte: tot 50cm hoge plant met wortelrozet en lancetvormige bladeren met overlangse nerven.  De bloeiaren zijn opgericht en eivormig.  De plant kan minder tegen betreding dan de grote weegbree.  De bloeistengel is zacht behaard en gegroefd. Hij heeft kleine, doorschijnende, lichtgroene bloemen en helderwitte meeldraden die ver boven de bloemkroon uitsteken.

Bloei van mei tot september.

Groeit zowel op voedselrijke als voedselarme graslanden, langs randen van weiden en wegen in zon tot halfschaduw en op vochtige plekken.

De bloemen hebben geen nectar te bieden aan insecten en worden bestoven door de wind maar af en toe zal echter de bevruchting via stuifmeel verzamelende insecten plaats vinden.
Is ook een waardplant voor de dagvlinders:  verschillende parelmoervlinders, weegbree beer (een dag actieve nachtvlinder) en enkele microvlinders (piepkleine vlinders).

Het blad kan gebruikt worden  bij verkoudheden wegens zijn slijmoplossende eigenschappen.

Grote weegbree – Plantago major.

Grote weegbree


Meerjarige plant die tot de weegbreefamilie behoort.

Hoogte: 10 tot 30cm hoge, typische tredplant met breed, eirond tot bijna rondachtig blad met parallelle nerven en een bladrozet vormend.  De bloemen zijn klein, groenachtig geel en onopvallend, in lange, slanke aren.

Bloeit  van mei tot november.

Is een zeer algemene plant in graslanden, wegbermen en op ruige plaatsen op  matig humusrijke grond in de volle zon en in een vochtige en voedselrijke bodem.

De kleine bloemen bevatten geen nectar en hoeven geen insecten te lokken ze worden door de wind bestoven. 
De buitenkant van de zaden zwelt bij vochtig weer op en wordt kleverig waardoor de zaden gemakkelijk aan de schoenen of dierenpoten blijven hangen en zo verspreidt geraken.  De plant wordt ook wel vaak spottend “het spoor van de blanken” genoemd.

In het voorjaar zorgt het blad voor een flinke dosis vitamine C.  Het blad kan gebruikt worden om bijensteken te verzachten en ook het prikkend gevoel van het brandnetelblad te verzachten.  De zaden kunnen geroosterd gebruikt worden en zorgen voor een vlottere stoelgang.  Kan ook gebruikt worden bij slecht helende wonden.

Mussen zijn verzot op de zaden van de grote weegbree.

Wilde peen – Daucus carota.

Wilde peen.

Tweejarige plant die tot de schermbloemenfamilie behoort.

Hoogte: 30 tot 90cm hoge plant met een gegroefde, behaarde en holle stengel die de voorloper van onze worteltjes vormt met fijn geveerde bladeren en een wit samengesteld scherm met midden in het scherm vaak een steriele, iets vergrote zwart-purperen bloem.  Voor en na de bloei is dit scherm samengetrokken.  In de grond is hij verankerd met een wit geelachtige vertakte penwortel die minder vlezig is dan de gekweekte soort.

Bloem wilde peen midden foto.

Bloei van juni tot september.

Komt algemeen in vrij droge graslanden, wegbermen, op dijken en ook in de duinen voor.  De soort heeft koude nodig voor ze gaat bloeien (dit heet stratificatie) en hij heeft een voorkeur voor zonnige open plekken.

Wilde peen bevat  veel nectar en stuifmeel en is aantrekkelijk voor veel insecten ook die met een korte tong omdat de nectar gemakkelijk te bereiken is. Wordt bezocht door wilde bijen (waaronder groefbij, maskerbij en zandbij), hommels, zweefvliegen, kevers en vlinders.

Wilde peen vormt een waardplant voor de koninginnenpage.

De wilde peen heeft een zeer interessante voedingswaarde, bevat veel vitaminen waaronder provitaminen A, mineralen, vezels en natuurlijke suikers.

Het donker gekleurde hart van de bloem zou de aantrekkelijkheid  voor insecten vergroten, een lokbloem dus.

Wilde peen kan je rauw, geroerbakt en gekookt eten net als onze oranje worteltjes en hij kan geoogst worden tussen het eerste en 2de jaar. 

In andere seizoenen kan je ook de bladeren, bloemschermen en zaden eten.  De zaden werken urinedrijvend.

Zeepkruid – Saponaria officinalis.

Zeepkruid

Meerjarige, winterharde plant die tot de anjerfamilie behoort.

Hoogte: 40 tot 70cm rechte stengels, bloemen in bundels van 3-5 in de bovenste bladoksels, gezamenlijk een pluim vormend.  De bloemen zijn soms ook gevuld en de bladen zijn tegenoverstaand, elliptisch tot lancetvormig.

Bloeit van juni tot september.

Van nature komt hij voor op grind langs rivieren, nu langs spoorwegen en gewone wegen en plaatselijk vrij algemeen op droge open graslanden in volle zon en op een warme plek met goed doorlatende tuingrond.  De plant heeft weinig water en voeding nodig.

De bloemen verspreiden zowel overdag als ’s nachts bedwelmende geuren waardoor zij zowel nachtvlinders als dagvlinders en allerlei langtongige insecten aantrekken die voor de bestuiving en bevruchting zorgen. De vingerdikke wortelstok bevat saponinen, dit extract kan als vloeibare zeep gebruikt worden.
De slijmoplossende eigenschap van de plant wordt vooral gebruikt bij behandeling van bronchiale klachten.

Kruipend zenegroen – Ajuga reptans.

Zenegroen

Meerjarige en winterharde plant die tot de lipbloemenfamilie behoort.

Hoogte: 10 tot 30cm hoge plant met zeer kort gesteelde blauwpaarse bloemen met 2-6 bijeen in de bladoksels van de stengeltop en met een grote 3lobbige onderlip en een  zwak ontwikkelde bovenlip.  Vanuit de grondstandige rozet aan de voet van de bloeiende spruiten worden 20 cm lange, kruipende uitlopers weggezonden.  Bladeren zijn iets getand.

Bloeit van mei tot juli.

Wijdverspreid in loofbossen en struwelen, in beschaduwde wegbermen en hooilanden.  Bij ons vrij algemeen in de zon tot de halfschaduw, het liefst in drassige bossen, weiden en op berghellingen met voedzame grond.  Volledig onderhoudsarme plant die bodembedekkend uitbreidt als het hem bevalt.

De plant is een nectarplant voor bijen en dagvlinders.
Daarnaast is het een waardplant van de microvlinder; zenegroenbladroller.

De gedroogde bladeren hebben een hars- tot rozemarijnachtige geur.

De verse zijtakken kunnen als spruiten gebruikt worden in de wilde kruidenkeuken en worden geserveerd in salades als groenten en bij spinaziegerechten.

De plant bevat veel looistoffen en heeft daardoor een samentrekkende werking  bij wond-behandeling en bij keelontsteking.

Zilverschoon – Potentilla anserina.

Zilverschoon

Meerjarige winterharde plant die tot de rozenfamilie behoort.

Hoogte: 10 tot 30cm laagliggende en kruipende plant die vrijwel overal op het noordelijk halfrond langs de rand van wegen voorkomt.  Zeer algemeen voorkomende plant met 1m lange uitlopers die op de knopen wortelen.  De blaadjes zijn vanonder zilverwit behaard, samengesteld, oneven geveerd, en hebben een scherp gezaagde rand.  De heldergele bloemen met 5 kroonbladen lijken erg op boterbloemen.

De plant bloeit van mei tot augustus.

Het is een pionier op onbegroeide, dichtgeslemde bodems langs wegen en op periodiek overstroomde plaatsen ook op akkers en stortplaatsen.  Hij verkiest liefst een kalkrijke bodem in de volle zon.

De naam zilverschoon verwijst naar het zilverkleurig blad dat tot stand komt door de zijdeachtige haartjes waarmee het blad bedekt is.

De plant bevat hoofdzakelijk looistoffen waardoor hij werkzaam is bij diarree en de tinctuur (alcohol oplossing) kan gebruikt worden bij aften en mondblaasjes.

De verse blaadjes werden vroeger gebruikt als wilde groenten in de slaschotel.

Zonnebloem – Helianthus annuus.

Zonnebloem

Eenjarige cultuurplant die tot de composietenfamilie behoort.

Hoogte: van 60 tot 300cm hoge plant met ruwe en harige stengels die bovenaan vertakt zijn.  De bladeren zijn groot, ruw, hartvormig en soms getand.  Heeft meerdere eindstandige bloemhoofden met heldere gele straalbloemen aan de buitenzijde en donkerder schijfvormige buisbloemen in het centrum.  De bloemhoofden volgen overdag de richting van de zon.

Bloeit van juli tot oktober.

De plant kan gemakkelijk gekweekt worden in een vruchtbare, humusrijke en vochtige bodem, die goed doorlaatbaar, neutraal tot kalkrijk is.  Hij staat liefst in de volle zon en enigszins beschut tegen de wind.

Zonnebloemen trekken bijen, vlinders en hommels aan.  Ook vogels en eekhoorns komen op de rijpe zaden af.
Het is een waardplant voor de larven van een aantal vlindersoorten.

De zonnebloem is inheems in Noord-Amerika en werd door de Spanjaarden naar Europa gehaald. Wordt gekweekt om de zonnebloemolie uit de pitten te winnen.
De zaden kunnen ongepeld, gepeld, rauw of geroosterd gegeten worden.
De bloemknoppen kunnen eveneens rauw of gestoomd gegeten worden, zoals artisjok.
De zaden bevorderen de eierproductie bij kippen.

Heelblaadjes – Pulicaria dysenterica.

Heelblaadje

Meerjarige plant die tot de composietenfamilie behoort.

Hoogte: 30 tot 90cm hoge plant die zich vegetatief verspreidt door wortelstokken.  De bloem heeft dooiergele buisbloemen en de lintbloempjes zijn even lang als het hart van de bloem en even lang als de schutbladen.  Bloemen 1,5 tot 2,5 cm breed.  De bovenste bladen omvatten de stengel met 2 oortjes, de middelste en bovenste stengelbladen zijn lancetvormig.  De vrucht is een nootje.

Bloeit van juli tot september.

Vrij algemene plant in Brabant.  Komt voor op natte, matig voedselrijke tot brakke grond in grasland en langs sloten en beken.  Liefst op zonnige tot licht beschaduwde plekken en vaak ook op verstoorde grond.

Wordt bestoven door bijen en hommels.

De plant werd vroeger gebruikt ter bestrijding van dysenterie (zware diarree) vandaar de soortnaam  “dysenterica”.   De plant werd niet rechtstreeks tegen de ziekte ingezet, maar wel tegen de verwekker, de kleerluis, die de ziekte overbracht.

Echt Knoopkruid – Centaurea jacea

Meerjarige bladverliezende plant met wortelstok die tot de composietenfamilie behoort.

Korenbloem

Hoogte: tussen 10 à 120 cm hoge plant met verspreide bladstand, de bovenste bladen ongedeeld en de onderste vaak bochtig veerspletig.  De bloemen bestaan uit alleen blauwe buisbloemen waarvan de buitenste randbloemen duidelijk vergroot zijn.

Bloeit van juni tot september.

Hij staat graag in de volle zon en in droog tot matig vochtig grasland, langs wegkanten en tuinen op klei tot leembodem.  In de tuin verwildert hij vlot.

Het is een soort die veel nectar geeft en druk bezocht wordt door allerlei bijen en hommels.

Gewoon duizendblad  – Achillea millefolium

Meerjarige of vaste plant die tot de composietenfamilie behoort.

Gewone duizendblad

Hoogte: 20 tot 60 cm met fijn ingesneden blad en veel witte bloemhoofdjes.  In de tuin komt soms een variant met licht roze bloemen voor.

Bloeit van juni tot november.

Hij staat graag in de zon en verkiest een losse voedselrijke wat zware en niet te vochtige grond. Je vindt hem terug in grasland, bermen, langs wegen en in akkers.

Duizendblad.

Het is een nectarplant en waardplant voor vlinders en wordt ook druk bezocht door wilde bijen en hommels.

De jonge blaadjes zijn eetbaar als salade en de bloemen worden gebruikt in dressings.  Kan ook als theekruid gebruikt worden.  Werd vroeger gebruikt bij het bierbrouwen als bewaarmiddel.

De bloemen kan je als snijbloem gebruiken.

Vrouwenmantel  –  Alchemilla vulgaris

Is een vaste plant uit de rozenfamilie.

Vrouwenmantel

Hoogte: 30 tot 40 cm hoge plant met zacht behaarde bladeren die waaiervormig zijn.  De plant bloeit met geelgroene pluimen van kleine bloempjes.  De bladeren scheiden bij hoge luchtvochtigheid glinsterende waterdruppels af aan de bladranden.

Bloeit van mei tot september.

De plant houdt van een zonnige tot halfschaduwrijke plek op een kalkrijke voedselrijke vochtige bodem.  Je vindt hem vaak terug in hooilanden, wegbermen en in de zoom van hagen en houtkanten.

Het zaad wordt gevormd zonder bestuiving maar de plant lokt ook wel bijen.

De plant werd vroeger gebruikt in de vrouwengeneeskunde.

Sint-Janskruid – Hypericum perforatum

Vaste plant uit de hertshooifamilie.

Sint-Janskruid

Hoogte: 30 tot 80 cm hoge ronde rechtopstaande vaak vertakte stengel met 2 lijsten en tegenoverstaande eironde bladeren met doorschijnende klierpuntjes en goudgele bloemen.

De plant bloeit rond sint Jan 24 juni als de zon op zijn hoogst staat, tot september.

Je vindt hem algemeen op zandgronden en op droge grazige hellingen, in de wegbermen, langs spoorwegen en in houtkanten.

Sint janskruid wordt druk bezocht door bijen en hommels.

De soort is al lang in gebruik als geneeskrachtig kruid oa als plantaardig antidepressivum.  De gele bloemen verkleuren olijfolie rood na een maand en kan dan gebruikt worden bij lichte brandwonden en bij stijve stramme spieren.

Moerasspirea, koningin der weide – Filipendula ulmaria

Meerjarige plant uit de rozenfamilie.

Moerasspirea.

Hoogte: 30 tot 80 cm hoog, rijkbloemige dichte bloeiwijze met geveerd blad, afwisselend grote en kleine blaadjes met steunblaadjes aan de voet.  De bloemen verspreiden een zoete amandelgeur.

De plant bloeit van juni tot augustus.

Hij staat in natte hooilanden en langs sloten en beken.

De bloemen worden bezocht door bijen en hommels, ze bevatten geen nectar maar de insecten halen er wel stuifmeel uit.  Na uitblijvend insecten bezoek treedt er ook zelfbestuiving op.

De plant bevat salicylzuur en vormde samen met de wilg de basis van onze aspirine.

Gewone rolklaver – Lotus corniculatus

Meerjarige plant uit de vlinderbloemenfamilie.

Rolklaver.

Hoogte: 5 tot 25 cm liggende tot opstijgende blauwgroene stengel,  met verspreid staande oneven geveerde bladeren ( 5 blaadjes) en goudgele bloemen in hoofdjes bijeen staand.

De bloeitijd loopt van mei tot september.

Rolklaver.

De plant staat in matig voedselrijk en niet te nat grasland, kan ook tegen een hoger zoutgehalte ,  eveneens in wegbermen en taluds terug te vinden.

De bloemen trekken hommels en bijen aan voor de bestuiving.

De plant heeft wortelknolletjes die stikstof uit de lucht kunnen vastleggen waardoor de bodem verbetert, een echte groenbemester.

Haagwinde – Calystegia sepium

Meerjarige plant die behoort tot de windefamilie.

Haagwinde.

Hoogte: 1 tot 3m windend kruid met grote witte trechtervormige bloemen van 5 cm diameter, wordt ook wel pispotjes genoemd naar de vorm van de bloem.  De stengel maakt draaiende bewegingen tegen de klok in tot het tegen een voorwerp aanloopt en zich daar stijf omheen windt waardoor hij naar het licht klimt.

Bloeit van juni tot oktober.

Je vindt hem in heggen en struweel op vochtige bodems, op natte ruigten en in rietlanden.

Bijen en hommels houden van de bloemen.  Is een waardplant voor de rupsen van de windepijlstaart en de nachtvlinder met een lange roltong, windepijlstaart die geheel gespecialiseerd is in deze plant.

Overwintert met ondergrondse wortels en heeft een woekerend gedrag waardoor hij andere planten kan verstikken.

Gewone teunisbloem – Oenothera biennis

Tweejarige plant uit de teunisbloemfamilie.

Teunisbloem.

Hoogte:  tot 1,5m hoge plant met opvallende 5-6 cm grote gele bloemen met teruggeslagen kelkbladen.  De stengel is rechtopstaand, gevlekt en vaak onvertakt met langwerpige eironde stijve bladeren.

Bloeit van juni tot september.

Je vindt hem langs spoordijken, wegen en ruigten en steengroeven op een meestal droge grond.

De teunisbloem opent zich aan het eind van de middag en tijdens de schemering en geurt dan sterk.  Wordt bestoven door nacht actieve insecten, nachtvlinders waaronder nachtuiltjes en pijlstaarten die zich tegoed doen aan de nectar en het stuifmeel.  Vaak is de bloem al bevrucht voor deze zich opent, door zelfbevruchting, de bloem bloeit maximaal 24 uur.

De bloemknoppen zijn zacht van smaak en kunnen zo van de plant gesnoept worden als borrelhapje.

Uit de zaden wordt  teunisbloemolie gewonnen die veel onverzadigde vetzuren bevat.

Echte tijm – Thymus vulgaris

Struikachtige vaste plant uit de lipbloemenfamilie.

Tijm.

Hoogte: 15 tot 20 cm hoog  grijsachtig van uiterlijk en sterk aromatische geur met rechtopstaande takjes die verhouten aan de basis.

Bloeit van mei tot oktober.

Verdraagt vorst  op een droge standplaats en heeft een hekel aan veel vocht en staat graag in de volle zon.  Verspreid vanuit tuinen en op sommige plaatsen verwilderd en is een overblijvend kruid met een krachtige wortel.

De schijnaren met kleine wit tot roos purperen buisbloemen zijn erg in trek bij bijen vanwege de overvloedige nectar.

Tijm kan gebruikt worden ter behandeling van bacteriële infecties van de luchtwegen en kan verwerkt worden in siroop en borstzalven.  Kaas schimmelt minder vlug met een vers takje tijm.

Vlinderstruik – Buddleja davidii

Struik uit de helmkruidfamilie als tuinplant in gebruik maar verwilderd vaak.

Hoogte: kan tot 3 m hoog worden en bloeit met langwerpige bloeiwijze met geurende paars-roze tot lila-witte bloemen.  De bladeren zijn lancetvormig en tegenoverstaand.  De meeste vlinderstruiken zijn bladverliezend.

Bloeit van juni tot augustus.

Hij doet het goed op een goed doorlatende kalkhoudende bodem in de volle zon.

De geurende bloemen zijn speciaal gebouwd om bestoven te worden door vlinders.  De bloembuis is lang en smal waardoor alleen insecten met een lange tong bij de nectar kunnen.  De struik heeft nog een aanpassing aan insectenbestuiving; van een niet bestoven bloem is het hartje geel en daarmee zichtbaar voor insecten  Na bestuiving wordt het rood, een kleur die insecten slecht zien .
Dagvlinders waaronder atalanta, koolwitjes, kleine vos, distelvlinder en gehakkelde aurelia bezoeken deze struik graag.

Op het einde van de zomer is deze struik op zijn mooist.

Wordt vervolgd